Menu
Nieuws

30-07-2026

Interview: Regisseur P!m Mookhoek over De Trut: 10 portretten

‘Ik wilde geen reclamefilm maken.’

Voor De Trut: 10 portretten volgde regisseur P!m Mookhoek tien mensen die op uiteenlopende manieren verbonden zijn aan de iconische Amsterdamse queerclub. Hij vertelt over zijn persoonlijke band met De TRUT, de magie van een plek waar niet gefilmd mag worden en waarom de documentaire nadrukkelijk meer moest worden dan een jubileumfilm.

De TRUT bestaat veertig jaar. Wat begon als een non-commercieel feest, groeide uit tot een veilige plek en activistische kracht binnen de queer gemeenschap. In de documentaire vertellen vrijwilligers, bezoekers en oud-medewerkers hoe de club hun leven heeft beïnvloed.

P!m Mookhoek kent die wereld van binnenuit: hij werkte zelf tien jaar in De TRUT en vond er, zoals hij het noemt, zijn familie, zijn gezinnetje en zijn thuishaven. In dit interview vertelt hij hoe die persoonlijke band de film vormde.

‘Dat is wel de plek waar ik pas echt mijn familie, mijn gezinnetje en mijn thuishaven vond, na een jaar of vijf in Amsterdam te wonen.’

Wil je jezelf voorstellen?

“Ik heet P!m, ik ben 58 geworden. Wat ik doe is eigenlijk tweeledig: ik regisseer amusementsprogramma’s voor televisie, maar mijn hart ligt bij documentaire, dus echt dingen vertellen. Maar de lichte variant schuw ik ook niet, dat doe ik bijvoorbeeld bij Oh Oh Den Haag, maar ook bij Bij ons op de Wallen. Daar ben ik wel trotser op, eigenlijk. Ik heb veel talentenjachten gemaakt. Daarnaast maak ik ook documentaires die ik meer zelf initieer. En daar is De Trut: 10 portretten ook eentje van.”

Je maakte eerder De Trut wordt dertig. Hoe ontstond De Trut: 10 portretten?

“Toen ze dertig jaar bestonden, zei ik: we moeten er iets over maken. Toen heb ik destijds een tafel voor de club De TRUT gezet op zondagavond, en heb ik de verschillende groepjes mensen aan die tafel gezet. Gewoon met biertjes, met drank, met een asbak op tafel en praten over hun ervaring met De TRUT. In die documentaire van tien jaar geleden ligt de nadruk op de geschiedenis. De organisatie van De TRUT heeft toen bij het jubileum van veertig jaar gezegd: We vonden dat zo leuk tien jaar terug, kan je dat nog een keer doen? Toen heb ik bedacht dat ik tien portretten ging maken van mensen die in de club werken of daar uitgaan. Ik dacht dat het met meerdere ideeën misschien los zand zou worden, dus heb ik wel de club genomen als verbindende factor.

Daarnaast heb ik zelf tien jaar in De TRUT gewerkt. Mijn vrienden zitten daar ook. Dat is wel de plek waar ik pas echt mijn familie, mijn gezinnetje en mijn thuishaven vond, na een jaar of vijf in Amsterdam te wonen. Hoewel ik er nu nog maar weinig kom, omdat de gemiddelde leeftijd daar rond de twintig ligt en ik inmiddels bijna het drievoudige ben, draag ik de plek en de mensen een warm hart toe. Tijdens de voorbereiding van deze documentaire ben ik weer vaker langs geweest, en toen werd ik er opnieuw blij van dat veel andere mensen daar nog steeds hun familie en thuis vinden.

Uitgaan bij De TRUT wordt pas leuk als je daar vijf of zes keer bent geweest en de eerste mensen leert kennen. Dan denk je: Oh ja, dit is leuk. Ik heb vaak de fout gemaakt om mensen één keer mee te nemen. Die stonden daar dan en die dachten: Is dit het nou? Dat vond ik heel grappig. Je voelt dat speciale van De TRUT pas als je er langer en vaker bent geweest.”

Is er iets wat je belangrijk vindt dat meegenomen wordt uit jouw werk?

“Ik wil niet al te belerend zijn. Ik ga mensen niet de les lezen. Waar ik blij van word op televisie nu, is dat we een tijd hebben gehad waarin de vorm heel erg voorop stond, met grote gelikte shows. Wat mensen nu interessanter vinden, zijn echte mensen. De vorm doet er minder toe, de inhoud meer. Publiek zit te wachten op kleine verhalen.

Toen ik aan de documentaire De Trut: 10 portretten begon, had ik eigenlijk één angst: als je tien portretten maakt van mensen uit De TRUT, ligt het op de loer dat het één grote promotiecampagne wordt. Dat wilde ik niet. Ik wilde geen reclamefilm maken.

Daarom heb ik breder gevraagd dan alleen over De TRUT. Mijn doel was om te laten zien wat het vandaag betekent om als jonge homo, trans of non-binair je plek te zoeken in Amsterdam.”

‘Ik hoop en denk dat de film breder is dan alleen de club zelf.’

Mocht het filmen in De TRUT voor deze documentaire wel?

“Niet helemaal. Maar ik vind het zelf ook niet erg. Het is ook veel leuker dat er niet gefilmd wordt. Ik had ook ruimere beelden van De TRUT waarin je de club wel leeg zag. Maar daar is dan werkelijk niks aan. Het is heel grappig dat er een soort fantasie ontstaat, omdat binnen niet gefilmd mag worden. Het is gewoon een kleine plek. Het houdt een soort magie vast. Het is natuurlijk niet de ruimte, het is meer dat gevoel en die community die er kan zijn. Dat ga je leeg al helemaal niet zien.

De mensen in De TRUT zijn zo vrij. Die durven daar in blote borsten te lopen, of helemaal bloot. Of daar eens een keer te zoenen met iemand die niet helemaal in je range past. Dat mag daar en kan daar ook allemaal vanwege die anti-telefoonregel, want daar wordt heel strikt op gelet. Als je binnen met de telefoon staat, dan word je er nog net niet meteen uitgezet.”

Is De TRUT veel veranderd sinds jij er kwam?

“Ik vind dat in De TRUT helemaal niks veranderd is. Hoewel. Er is één ding veranderd. En dat is dat wij vroeger echt zaten te vergaderen over hoe we meer vrouwen binnenkregen. Want het was echt behoorlijk mannenwerk. En dat is tegenwoordig totaal andersom. Tegenwoordig zijn er meer vrouwen dan mannen.

De sfeer en de vrijheid en volgens mij zeker hoe mensen werken, met wat voor enthousiasme en blijheid, dat is nog precies hetzelfde. Mensen die nu in De TRUT werken, die zijn er nog steeds ook heel trots op. Ze lopen ook allemaal graag met een TRUT-shirt, zo van: wij zijn hier, wij ownen dit. Het is onvoorstelbaar dat De TRUT nog bestaat. Want als je nu in de horeca werkt, dan kan je echt redelijk verdienen. En dan zijn daar mensen die het werk gewoon voor niks doen.”

Is er iemand uit De Trut: 10 portretten die je specifiek heeft geïnspireerd?

“Ja, de eerste persoon is Zeyd. Zijn verhaal heeft de meeste indruk op mij gemaakt. Hij is uit Azerbeidzjan gevlucht en leeft nu in een azc. Hij is zo geweldig, open, eerlijk en lief. Je kan toch helemaal niks tegen hem hebben? Maar ook Avalon, die vertelt over hun non-binair zijn. Dat vond ik wel heel interessant. Dat is een materie waar ik niet heel veel van af weet. Dat is wel een nieuwe verworvenheid.

Toen ik jong was, was je gewoon homo of hetero. En als je heel “gek” was, was je bi. Maar dat was al een beetje moeilijk. Daar zit tegenwoordig een heel scala tussen wat je allemaal wil zijn. Dat heeft gelijk als consequentie iets anders wat ik geleerd
heb. Dat is van de twee mannen die De TRUT hebben opgericht, Jacques en Bobby. Dat juist doordat we allemaal zo kunnen kiezen in welk vakje we willen horen, zijn die vakjes allemaal heel druk met elkaar bezig en al die subculturen en subgroepen. En wat wel soms mist, is dat die de handen ineenslaan. En met z’n allen naar buiten treden. En dat is wat wij ouderen vroeger wel hebben gedaan. De rechten gaan nu achteruit. Maar het is nog niks in vergelijking met toen ik 18 was. En we zijn heel veel opgeschoten. Nu gaan we weer een beetje terug. Dat gaat daarna ook wel weer goed. Maar daar moeten we voor oppassen. Dat is iets waar ik tijdens het maken van deze documentaire fanatieker in ben geworden. Dat we niet allemaal met elkaar bezig zijn, maar ook dat we een vuist vormen naar buiten toe. Want we moeten er heel zuinig op zijn wat we allemaal bereikt hebben.”

De Trut: 10 portretten is nu te zien in de bioscoop.